Diaconie van de Protestantse Gemeente Apeldoorn

Onder redactie van Wieke Malda-Douma
In het boek wordt armoede onder andere omschreven als een kloof die in stand wordt gehouden door onwetendheid en onverschilligheid. Het boek “Armzalig” is actueel, bijbels en verfrissend. Het is een boek voor iedereen, want overkomt jezelf niet de armoede, je zult er wellicht in je omgeving mee te maken hebben. Door het lezen van dit boek zul je er veel meer begrip voor krijgen. Je wordt meegenomen in de armoede van vandaag, met cijfers van ver van ons bed, maar ook heel dicht bij huis. Is het eerlijk verdeeld? Kiezen kinderen voor armoede? De één wordt op een pluchen kussen gezet, de ander tot aan zijn nek in de modder gedompeld. Uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2008 blijkt 372.000 kinderen op te groeien in armoede. Zes procent van de Nederlanders leeft onder het minimum, vaak jarenlang. Ze kunnen hun schulden niet op eigen kracht aflossen, het is een ramp als bijvoorbeeld de wasmachine het begeeft, en ze raken sociaal buitengesloten. Vooral ook schoolgaande kinderen lijden hieronder, vijftien procent lijdt onder sociale uitsluiting. In een klas van dertig kinderen betekent dit vier tot vijf kinderen. Geen geld voor schoolreisje, zwemles, verjaardagspartijtjes, sport of voor vakantie.

Het boek geeft zeer duidelijke, christelijke antwoorden op vragen over armoede, zelfs op de vraag waarom. De Bijbel immers spreekt opvallend veel over rijkdom en armoede. Telkens weer laat God weten dat we ons leven moeten delen en dat de samenleving zo ingericht moet worden dat ieder mens, ook de zwakkere, tot zijn recht komt.

Het boek laat ons ook zien hoe je dient om te gaan met wat je hebt, immers je bent rentmeester. En heb je genoeg geniet er dan ook van, maar gebruik het ook om goed te doen. De Bijbel staat vol met praktische adviezen over het omgaan met je geld: ‘wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten’, deel gul uit aan de armen (2 Kor.9:6,9)

Uitvoerig wordt ook ingegaan op het christelijk-sociaal denken. Wij mogen de aarde die God toebehoort, beheren, maar dan wel naar de regels die Hij gegeven heeft. God leert ons een goed rentmeesterschap om te voorkomen dat de mens roofbouw pleegt op wat van Hem is en leeft ten koste van anderen.

Uitleg wordt ook gedaan van het, christensocialisme, de verzorgingsstaat, sociale zekerheden, de uitbouw van zorg en welzijnswerk. We gaan naar een participatiemaatschappij, wat een verantwoordelijkheidsverdeling laat zien van de overheid naar de markt, met een modern woord heet dat: “civil society” . De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) beoogt uitdrukkelijk een participatiewet te zijn op de brede terreinen van zorg en welzijn.

Het boek gaat in op de vraag of de armen de zorg zijn van de kerk en we komen er achter dat diaconaat geen liefdadigheid is, maar barmhartigheid en gerechtigheid.

De kern van het gemeente-zijn bestaat uit drie dimensies: de omgang met God, de gemeenschap met elkaar en de dienst aan mens en samenleving. De kerk is dus geen besloten club, maar is dienstbaar, gebruikt haar “gaven” (gaven van ieder persoonlijk) om uit de delen. Anno 2010 zijn de taken van de diakenen rond armoede en schuldproblematiek veranderd.

Als je met het boek aan de slag gaat, als het werkelijkheid wordt, dan gaat Lucas 6:20 in vervulling: ‘Gelukkig jullie die arm zijn, want van jullie is het koninkrijk van God” –Gerrit Boerman, lid van de werkgroep Apeldoorn tegen Verarming ».